toelichting

Sterftecijfers van ziekenhuizen geven een globaal inzicht, maar zeggen niets over de kwaliteit van handelen van individuele artsen, waar patienten afhankelijk van zijn.

Ziekenhuizen zijn gebouwen. De rechten van patienten om volledig en correct geinformeerd te worden, dienen in feite ook uitgebreid te worden tot het recht om exact te weten aan wat voor arts jij je gezondheid en dus je leven toevertrouwt. Op internet kunnen we wel de gegevens van wasmachines, laptops ed vinden maar niet betrouwbare kwaliteits-gegevens over individuele artsen. Anno 2015 is dat onaanvaardbaar.

André van der Veen (directeur van adviesbureau De Praktijk Index) pleit voor het belang van tijdigheid van uitkomstinformatie. De sterftecijfers geven een indicatie voor de veiligheid van zorg in ziekenhuizen. Hij schreef over dit onderwerp een gastblog op Zorgvisie.nl .

20-10-2014 Sterftecijfers alle ziekenhuizen bekend

Alle ziekenhuizen hebben hun sterftecijfers bekendgemaakt. Ziekenhuizen zijn sinds dit jaar verplicht om hun sterftecijfers naar buiten te brengen. Dat meldt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) maandag (zie bericht onderaan)

Patiënten en verzekeraars moeten zo meer inzicht krijgen in de kwaliteit van de zorg. Ziekenhuizen spraken al in 2009 af dat zij hun sterftecijfers zouden publiceren, maar veel ziekenhuizen hebben jaren getreuzeld. De zorginstellingen hadden tot 1 maart 2014 om de cijfers op hun website te zetten, maar vier ziekenhuizen bleken onvoldoende gegevens beschikbaar te hebben.

Na gesprekken met de NZa kregen ze tot 1 oktober om de voorlopige cijfers over het jaar 2014 te publiceren.

De NZa verwacht dat ziekenhuizen meer cijfers gaan publiceren die een indicatie kunnen geven van de kwaliteit van behandelingen, zoals het aantal patiënten dat na een behandeling opnieuw moet worden opgenomen of het aantal ongeplande ligdagen na een operatie. Ziekenhuizen kunnen een toelichting geven bij de eigen cijfers zodat deze kunnen worden geïnterpreteerd. Door: ANP/Novum

5 juni 2015 publiceerde het CBS een onderzoek over het nut van sterftecijfers waarbij ook sterfte na ontslag uit het ziekenhuis meeberekend wordt.

20-10-2014 –
Alle sterftecijfers van ziekenhuizen bekend

De sterftecijfers van alle ziekenhuizen zijn nu te vinden op hun websites. Dit meldt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Ziekenhuizen spraken al in 2009 af dat zij openheid zouden geven over hun sterftecijfers, om consumenten en verzekeraars meer inzicht te geven in de kwaliteit van de zorg.
Pas nadat de NZa het openbaar maken van deze cijfers verplichtte, publiceerden de meeste ziekenhuizen hun sterftecijfers op hun website. Bij een aantal ziekenhuizen was de registratie van de sterftecijfers nog niet op orde in het voorjaar van 2014. De NZa nam maatregelen, waarna de ziekenhuizen hun registratie op orde brachten en alsnog hun (voorlopige) sterftecijfers publiceerden.
De NZa verwacht dat alle ziekenhuizen in Nederland ook andere indicatoren gaan publiceren die maatgevend kunnen zijn voor de kwaliteit van behandelingen. Mogelijke indicatoren zijn bijvoorbeeld het aantal heropnames na een behandeling of het aantal ongeplande ligdagen na een operatie.

Sterftecijfers ongeldig omdat ziekenhuisinformatie rammelt
20.12.2011 door Carina van Aartsen www.zorgvisie.nl
De nieuwe, gestandaardiseerde, sterftecijfers in Nederlandse ziekenhuizen zeggen niets over de werkelijke sterfte omdat de gegevens waarop de cijfers zijn gebaseerd, onbetrouwbaar zijn. Dat bleek gisteren tijdens de bekendmaking van deze HSMR-cijfers door de verenigingen van ziekenhuizen en academische ziekenhuizen: NVZ en NFU.

Geen kwaliteitsinformatie
Sprekers Cor Kalkman en Wim van Harten benadrukten meerdere malen dat de gepresenteerde cijfers uit 2010 alleen iets zeggen over de wijze van registreren door ziekenhuizen en een ‘indicator’ zijn voor interne analyses. De overall sterftecijfers zijn geen maat voor de kwaliteit van zorg en vormen ook geen indicatie voor vermijdbare sterfte. De reden waarom NVZ en NFU nu onbetrouwbare cijfers presenteren waar het publiek en andere externe partijen niets aan hebben, is omdat zij dat nu eenmaal hebben beloofd aan VWS en de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Slechte basisinformatie
Kalkman, anesthesioloog in het UMC Utrecht, noemt het schokkend dat een derde van de ziekenhuizen zulke slechte data aanleverde dat het CBS er niet eens een cijfer uit kon berekenen. Bijvoorbeeld omdat er veel te veel vage diagnoses zijn genoteerd en de gegevens niet uniform zijn. In deze groep zitten opvallend veel grote ziekenhuizen. Een oorzaak hiervan is dat de Landelijke Medische Registratie, de centrale databank die als basis is gebruikt voor de sterftecijfers, aan alle kanten rammelt. De LMR is nooit opgezet met het doel hieruit HSMR’s te destilleren en sommige ziekenhuizen zijn al jaren geleden gestopt met het aanleveren van gegevens. Opnieuw beginnen, kost een ziekenhuis al gauw zes nieuwe medewerkers. Bovendien is het aanleveren van deze gegevens niet wettelijk verplicht. Van Harten hoopt dat de gepresenteerde cijfers ziekenhuizen stimuleren om er weer mee te beginnen. Kalkman vindt dat het aanleveren van data om onderling vergelijkbare sterftecijfers te kunnen berekenen, zo snel mogelijk verplicht moet worden gesteld: “Een raad van bestuur kan er druk achter zetten en de medisch specialisten aanzetten tot het leveren van juiste informatie, zoals een goede ontslagbrief.” Kalkman denkt dat medisch specialisten er zelf ook uiteindelijk bij zijn gebaat om transparant te zijn. Een eerlijke vergelijking is uiteindelijk wat iedereen wil, vermoedt hij. Om daaraan direct toe te voegen: “Maar ik ben een rasoptimist..”
Goede hoop
Het is de bedoeling dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg nu met ziekenhuizen gaat praten die hoog scoren op het gestandaardiseerde sterftecijfer. Maar de gegevens zijn zo onbetrouwbaar dat een hoog sterftecijfer waarschijnlijk meer zegt over de kwaliteit van de aangeleverde data dan over de werkelijke sterfte in dat ziekenhuis. Van Harten en Kalkman willen niet direct zeggen dat zij hun tijd beter hadden kunnen besteden dan aan deze HSMR-cijfers, maar zegt Van Harten: “Het voelt wel een beetje zo.” Toch is er op dit moment geen beter alternatief, en daarom gaan de ziekenhuizen door met de HSMR in de hoop dat de registratie verbetert. Tot dan, moeten patiënten en anderen die iets over de kwaliteit van een ziekenhuis willen weten, zich ook tot andere bronnen wenden. Kalkman: “Ik zou nooit mijn keuze laten bepalen door de HSMR. Je moet het zien in vergelijking met een hoge score op de ranglijsten van bijvoorbeeld het AD en Elsevier. En de druk van ‘peer pressure’, de beoordeling door collega-specialisten, dat zegt ook veel.” (Zorgvisie-Carina van Aartsen)
Lees meer:
´Meetfouten veroorzaken verschillen in sterftecijfers´
VVD wil vergelijkbare sterftecijfers online
Ruwe sterftecijfers doen ziekenhuizen weinig